| #86 - mei 2026 |
|
Peter Jennekens - Groeven in de Heunsberg
In het 1e artikel worden de groeven in de Heunsberg beschreven, zuidelijk van het stadscentrum van Valkenburg. Over de ondergrondse groeven in deze heuvel is tot nu nog niet uitgebreid gepubliceerd. Door archiefonderzoek zijn vele gegevens verzameld over de Wesselsberggroeve, Wilhelminagroeve, Groeve onder de Kabelbaan en Heunsberggroeve. Het onderzoek richt zich met name op een periode tussen het midden van de 19e en 20e eeuw.Bij de Wilhelminagroeve is er, buiten de ondergrondse groeve, ook sprake van blokbreken in dagbouw. Op een gegeven moment worden er voorzieningen aangebracht om toeristen te ontvangen. Wanneer er in 1960 een grote ‘krater’ wordt gegraven, met als doel een grote kunstmatige ronde koepel te realiseren voor een toeristische attractie, wordt de zogenaamde Groeve onder de Kabelbaan herontdekt. In deze tijd verdwijnt juist de Wesselsberggroeve. Een groeve waar slechts weinig gegevens van bekend zijn.
Over de Heunsberggroeve worden in de archieven vooral gegevens gevonden over de verbinding met de Valkenburgergroeve. Deze moet al voor 1861 tot stand zijn gekomen. In de jaren 1940 is er een champignonkwekerij gevestigd. De Heunsberggroeve heeft, als ingang tot de Valkenburgergroeve, onderdeel uitgemaakt van de route voor rondleidingen en zo een rol gespeeld in de opkomst van het grootschalige toerisme in Valkenburg. Met behulp van teksten uit oude reisgidsen wordt een reconstructie gemaakt van het gebruik van verschillende ingangen, die toegang geven tot de Valkenburgergroeve. Daarbij spelen instortingen, het maken van nieuwe ingangen of juist het afsluiten ervan een rol.
In het 2e artikel heeft John Caris zijn studie naar de ‘Spaanse opschriften’ in het gangenstelsel Zonneberg beschreven. In enkele gangen van dit gangenstelsel in de Sint Pietersberg staan namen van Spanjaarden. De opschriften dateren uit de eerste jaren van de Tachtigjarige Oorlog. De bezoekers zijn in 1577 op minstens twee verschillende momenten in de berg geweest.
De opschriften zijn met succes gekoppeld aan een belangrijke historische gebeurtenis. Aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog, toen deze nog het karakter had van een opstand, moesten het Spaanse leger en hun huurtroepen de Nederlanden per direct verlaten. In het jaar 1577 verzamelden deze troepen zich bij Maastricht, om vanuit hier gezamenlijk veder naar het zuiden te trekken. Bij dit ‘samentrekken van troepen in Maastricht’ hebben Spanjaarden de ondergrondse kalksteengroeven bezocht en opschriften achtergelaten op de wanden.
De opschriften zijn geïnventariseerd en voor zover mogelijk is informatie verzameld over de personen, waarvan de namen op de muren staan geschreven. Bijvoorbeeld van Julian Romero en Gerommo de Roda, in die tijd twee vooraanstaande Spanjaarden. Zij behoorden beiden tot de Spaanse bestuurlijke elite in de Lage Landen en verlieten samen Antwerpen op weg naar Maastricht. Ook geven de opschriften inzichten in de uitgestrektheid van het gangenstelsel in die tijd.
▲